#container { @media screen and (max-width: 800px) { #container { width: 100%; } }



VARANUS PRASINUS

Algemene informatie
Varanus prasinus (Groene boomvaraan) komt voor op de eilandengroep van Nieuw-Guinea, daarnaast kun je deze smaragdvaraan vinden op de eilandern tussen Nieuw-Guinea en Australië. Hiermee kunnen we met recht zeggen dat deze varaan ook een echte australische varaan is. Varanus prasinus is een van de ondersoorten van het Varanus Prasinus-complex, waar onder andere Varanus Prasinus, Varanus Kordensis, Varanus Reisingeri, Varanus Becarri en Varanus Boehmei toe behoren. Varanus prasinus is de bekendste soort onder de boomvaranen en is hierdoor al in de 18e eeuw ontdekt. En de laatste jaren worden er nog steeds ontdekkingen gedaan in deze familie(Obor oa). De dieren leven solitair en trekken naar elkaar toe wanneer de paartijd is begonnen. Over de kweek met deze varanen-soort is de laatste jaren steeds meer bekend geworden. Wat er bekend is zal ik verderop in deze caresheet met jullie delen.



Biotoop
Komen voor in subtropische tot tropische gebieden, waar ze met name te vinden zijn in de bomen. In deze omgeving varieren de temparaturen zo tussen de 25 tot 40 °C waarbij een hoge luchtvochtigheid van tussen de 80 en 100% aanwezig is. De nachttempraturen dalen niet buitengewoon sterk, echter uit eigen ervaring kan ik zeggen dat de dieren 's-nachts gewoon op kamertempratuur zijn te houden(15-20°C).

Beschrijving
De totale lengte van deze varaan bedraagt maximaal 60 tot 70 cm (kop-staart- lengte). Hiervan is ruim twee derde staart, waarbij dus een kop-romp-lengte resteert van +/- 25 cm. De grondkleur is smaragd tot turquoise met een zwarte tekening in de vorm van een visgraat (centrale zwarte lijn met vertakkingen op de flanken), de snuit is nagenoeg wit. Op de staart is een bandeerd groen-zwart patroon te onderscheiden. De buik is nagenoeg wit. Bij de dieren uit het merauke gebied is de buik vaak rood tot roze vanonder. Belangrijk om te weten is dat met name nagekweekte dieren van deze soort eerder turquoise zijn dan gifgroen. Naar alle waarschijnlijk heeft dit te maken met de voeding van de dieren in gevangenschap. De dieren die in gevangenschap worden gekweekt zijn minstens zo mooi als de wildvang dieren en kennen niet dezelfde nadelen (zwakker en schuwer dan nakweek).De staart fungeert net als bij een aapachtige als een 5e ledemaat en is erg lang en kan ver opkrullen. De dieren gebruiken de staart om zich in bomen te stabiliseren en kan om takken heen geslagen worden. Onderscheid tussen mannen en vrouwen is zeer moeilijk te maken. Een aantal kenmerken kunnen je in de goede richting wijzen. Mannen hebben een grotere kop en zijn in de regel groter. Verder zie je wanneer je de kans hebt de dieren van zeer dichtbij te beschouwen (als je een beetje ervaring hebt) de hemipenissen van de man liggen waar deze bij de vrouw afwezig zijn. Het enige kenmerk dat echt betrouwbaar is, is de vorm van de onderkaak. Bij mannen is midden van de onderkaak zwaarder aangezet als bij de vrouw, dit herken je als een bobbel of een kromming in de kaak.



Huisvesting
Ik houd mijn koppel macraei in een terrarium van 100cmx125cmx220cm, kleiner kan maar niet veel want de dieren hebben de ruimte echt nodig. De achterwand heb ik gemaakt van piepschuim en tegellijm en heb takken gecreeert die een boom nabootsen. De dieren liggen graag op een zelf gemaakte tak te zonnen onder de UV lamp. De ondergrond is gevuld met Reptibark, omdat dit goed vocht vasthoudt. Verder een groot aantal kurkenstammen en een aantal echte planten. Ik kan iedereen die varanen van dit formaat gaat houden afraden echte planten te gebruiken, de planten houden het namelijk niet lang vol bij deze actieve hagedissen. Verder gebruikte ik als verlichting een 100 watt T-rex Active UV heat lamp en een persglaslamp van 80 watt. Dit zorgt voor zonneplaatsen van ongeveer 48 - 55 °C, waar de dieren iedere dag enige uren onder liggen. En een gemiddelde tempratuur van ongeveer 28 °C. Ik geef de dieren ongeveer 12 lichturen.

Verzorging
Ik bied mijn koppel 3 keer per week voedsel aan. Het dieet bestaat met name uit sprinkhanen, dubia's en knaagdieren. Soms afgewisseld met krekels en dola's. Twee keer per week bepoeder ik de voedseldieren met een kalk-vitaminepreperaat. Ik sproei een a twee keer per dag (verschilt per seizoen). Hierbij biedt ik ook nog stilstaand drinkwater aan in een grote waterbak zodat de varanen veelvuldig de kans hebben om te drinken. Daarnaast zorg ik voor een waterbak welke groot genoeg is voor de dieren om in te baden. Na de eileg doen de vrouwtjes dit maar sommige dieren doen dit vaker. Dit is een van de belangrijkste succesfactoren bij het houden van boomvaranen, zorgen dat de vochthuishouding in de bak optimaal is (tussen de 80 % en 100 %). Verstandig is om de dieren per paar(of solo) te houden. De dieren zijn aardig stressgevoelig en het houden van trio's (tenzij er voldoende ruimte is) is hierin een factor die extra stress kan veroorzaken. Verder is het van groot belang voldoende verticale klimgelegenheid aan te bieden, zodat de dieren hun natuurlijke gedrag kunnen uitoefenen. Tevens is met name met wildvangdieren van deze soort van belang om ook schemer aan te bieden. Ik merk dat mijn dieren zich erg zeker voelen in de hoeken van de bak waar de lichtintensiteit minimaal is, dit zijn ook de plekken waar ze zich op kunnen houden zonder direct in het zicht te staan. Een andere tip die ik kan geven is houdt goed de activiteit van de dieren in de gaten wanneer de dieren timide worden (zich minder laten zien en minder actief zijn) controleer het vochtpercentage want dit is in veel gevallen de afwijker.

Kweekervaring
De dieren zijn na ongeveer 1,5 tot 2 jaar geslachtsrijp. Er zijn een aantal stimulanses mogelijk om de dieren te bewegen tot paringen. Als eerste is er het algemene principe dat varanen gemakkelijker tot paren zijn te verleiden wanneer ze worden gescheiden. Hiervoor is een periode van 6 weken ongeveer aan te raden, in sommige gevallen zie je paringen vrij snel plaatsvinden na herintroductie. Verder is een regentijd een middel wat kan worden gebruikt om de groep boomvaranen tot paren te doen bewegen. Hiervoor maak je gebruik van een periode van ongeveer 2 a 3 maanden waarin een tijd van droogte wordt gecreerd. Tijdens deze tijd sproei je nog maar een keer per week en biedt je een bescheiden waterbak aan, het vochtpercentage daalt tot 60 - 70 %. Hierin ligt ook het gevaar je dieren kunnen ligt uitgedroogd raken houdt dit in de gaten. Hierna komt de regentijd waarin je meerdere malen per dag gaat sproeien en je het vochtpercentage richting de 100 % gaat nastreven. Tijdens deze periode zullen de dieren tot paren overgaan. Wanneer een succesvolle paring plaatsvindt is dit meestal verticaal aan de achterwand of een andere hangende gelegenheid. Het meest kenmerkend aan een periode waarin paringen kunnen plaatsvinden is dat de dieren elkaar steeds vaker op gaan zoeken. De varanen dragen de eieren na de paring ommenabij 6 weken waarna de eieren in de legbak worden gelegd. Het beste kun je hiervoor een bak maken die een klein gat als ingang heeft zodat de dieren zicht er echt veilig voelen. Na het leggen dienen de eieren zo spoedig mogelijk te worden verwijdert; varanen zijn geduchte eiereters en duchten ook het opeten van de eigen eieren niet.



Incubatie van de eieren
Incubatie van eieren van boomvaranen algemeen is zeer lastig. Het is slechts weinigen gelukt om eieren van de boomvaranen succesvol te kunnen incuberen. Naar alle waarschijnlijkheid zit het succes in het juiste broedsubstraat in de juiste verhouding. De meeste succesen zijn behaalt door een mengsel met de verhouding 1:1 (vermiculiet/perlite:water). De eieren liggen beduidend lang in de broedmachine rond de 180 dagen, waarbij de tempratuur een rol speelt in hoe snel de eieren uitkomen. Van groot belang is om de laatse drie weken voor uitkomst geen vocht toe te voegen. Dit kan een negatief effect hebben op de eieren. De tempratuur waarop de eieren kunnen worden geincubeerd ligt tussen de 29 en 29,5 ēC.

De jongen
De uit het ei gekomen jongen zijn een exacte kopie van de ouders. Ze zijn ontzettend beweeglijk en mooi helder turquoise met zwart van kleur. De dieren beginnen na ongeveer een week met eten en zijn dan te voeren met krekels maatje 6 en eten al nestmuizen. Voederdieren worden rijkelijk bepoederd met een calcium/vitaminepreparaat. Elke dag wordt schoon drinkwater gegeven en de bak en de dieren tweemaal besproeid met niet te koud water. In de literatuur wordt aangegeven dat deze jonge dieren niet zijn te combineren met soortgenoten, echter vanuit mijn kennissenkring heb ik gehoord dat dit wel mogelijk is. Ik heb hier zelf ook geen negatieve ervaringen mee.

Conclusie
Fantastische dieren met een spectaculair uiterlijk, werkelijk een van die hagedissen waarbij duidelijk is te zien in hoeverre deze dieren afstammen van de dinosauriers. Met name door de grijpstaart en de op boom beklimmen uitgeruste poten zie je de nodige acrobatische toeren. Waar hobbiesten wel bewust van moeten zijn is dat deze varanen in de meeste gevallen niet zonder handschoenen zijn aan te pakken. De dieren krabben en bijten met name wildvang-exemplaren. Echter dit temperament is een van de eigenschappen die deze dieren zo fantatisch maken om te verzorgen.


Literatuur

Eidenmuller, B, 2003, Warane lebensweise, pflege, zucht, Offenbach:Herpeton, 2003, blz.86.

Dedlmar, A, Haltung, Pflege und Nachtzucht von Varanus Macraei, Reptilia nr. 63 Februari/Maart, jaargang 12, blz.39/41.