LAUDAKIA STELLIO PICEA

Algemene informatie
Laudakia Stellio (Hardun) komt voor van Zuidwest Azië tot Noordoost Afrika in sommige delen van Griekenland. De ondersoort Laudakia Stellio Picea komt voor in Zuidwest Syrië, Zuid Libanon, het noorden van Israël en het noordwesten van Jordanië. ( Literatuur: Beutler, 1981) Bij een lage populatiedichtheid leven ze vaak in paren, anders vormen ze (grotere)groepen. Gemiddeld 2 à 3 legsels per jaar. De legselgrootte varieert tussen de 4 en 12 eieren.

Biotoop
Komen voor in droge woestijnachtige gebieden, waar ze de zwarte lavagebieden bevolken. De activiteitstemperaturen liggen tussen 25 tot 40°C met ’s-nachts een (soms sterke) daling van temperatuur. Parker(1933), Daan (1967) en Werner (1991,1992) duiden aan dat deze melanistische hagedis endemisch is voor deze zwarte lava woestijnen. Voorafgaande resultaten tonen aan dat deze ondersoort compleet geïsoleerd van L. s. stellio leeft en er geen overlapping voorkomt.

Beschrijving
De totale lengte bedraagt maximaal 25 tot 30 cm ( kop staart lengte). Ze hebben een vrij ruwe schubstructuur. De grondkleur is donker zwart/blauw met fel gekleurde donkergele/oranje stippen, op de staart overgaand in banden. De kop is vrijwel zwart en de onderzijde is lichter gekleurd, varierend van grijs naar donkergrijs bij het vrouwtje. De mannetjes hebben een grauwe buik en keel (De rechtse Picea op de foto is een man).

Huisvesting
Ik bracht het koppel onder in een ruim terrarium, deels omdat ze erg actief zijn en de ruimte eigenlijk vrijwel altijd te beperkt is. De lengte van het terrarium bedraagt 120 cm, de diepte 100 cm en de hoogte 65 cm. De achter- en zijwanden zijn door middel van in model gebracht en met tegellijm geëxpandeerd polystyreen rotsachtig gemaakt. Substraat is speelzand vermengd met brekerzand. De verlichting bestaat uit een T-rex Active UV heat lamp.Deze brand de gehele dag. De dieren gaan er vrijwel direct onder liggen, waarna de activiteit ontzettend toeneemt. Onder de UV-lamp loopt de temperatuur gedurende de brandtijd op naar iets boven de 45°C. Nachtelijke afkoeling naar ongeveer 20°C.

Verzorging
De volwassen dieren krijgen 3 a 4 per week voedsel aangeboden. Ze eten vrijwel uitsluitend dierlijk voedsel, waarbij zoveel mogelijk afgewisseld wordt. Krekels, kleine sprinkhanen, wasmotten en wasmotlarven, buffalowormen en pissebedden. Heel af en toe een enkele krulvlieg. Verder éénmaal per week fijngesneden andijvie, vermengd met geraspte peen, indien voorradig paardebloem en blad, paksoi, taugé en tofu. Zaden worden niet gegeten. Het voer wordt altijd ruim bepoederd met een kalk-vitaminepreparaat. Elke dag wordt vers drinkwater aangeboden. Verder wordt de bak ongeveer om de dag gesproeid. Ik sproei vrijwel uitsluitend in de avond, ongeveer een uur voordat de lichten uitgaan. De luchtvochtigheid loopt dan gedurende de nacht op naar ongeveer 70%. Overdag loopt de luchtvochtigheid terug naar ongeveer 30%. Tijdens de dracht wordt een hoek van het terrarium redelijk vochtig gehouden. Er kunnen meerdere vrouwtjes met slechts één mannetje samen worden gehouden. Twee mannen samen leidt tot onophoudelijk vechten en jagen op elkaar.

Kweekervaring
De dieren zijn na ongeveer een jaar geslachtsrijp. Beschreven wordt dat er enkel na een koele periode wordt voortgeplant. Ik heb het eerste jaar de dieren niet in winterrust gedaan, voortplanting vond echter wel degelijk plaats. Het gedrag voorafgaand aan de paring laat zich nog het best omschrijven als ‘dansen’. Hierbij springt het vrouwtje met bolle rug en opgetrokken achterpoten rond het mannetje. Het mannetje beantwoordt dit met hevig kopknikken, waarna de paring plaatsvindt. Ik heb de dieren gedurende periodes van enkele dagen meermalen zien paren. De paring gaat als bij andere hagedissen, het mannetje bijt het vrouwtje in de nek en flank en de cloaca’s worden naar elkaar toegebracht. Na ongeveer een 7-tal weken begon het vrouwtje overal in de bak te graven. Ik heb vanaf dat moment twee hoeken van de bak vochtig gehouden en na een aantal dagen kwam ik ’s-Avonds laat thuis van mijn werk en trof ik één van de graafplekken toegedekt aan. Ik vond zes eitjes waarvan drie onbevrucht. Twee weken later begon het andere vrouwtje met graven, waarna ik drie dagen later zes bevruchte eitjes aantrof. 5 weken nadat het tweede vrouwtje gelegd had legde het eerste vrouwtje wederom 6 eieren (3 bevrucht). Twee weken later het tweede vrouwtje wederom 6 eieren (allen bevrucht). Wederom 5 weken later het eerste vrouwtje weer 6 (3 bevrucht). Typisch, twee weken erna het tweede vrouwtje 6 (allen bevrucht). Ik heb de eitjes uit de bak verwijderd en in de broedstoof geplaatst.

Incubatie van de eieren
De eitjes zijn door mij in een krekelbakje met vochtig vermiculiet gedaan. De verhouding vermiculiet : water bedroeg 1 : 1. De eitjes heb ik voor ongeveer 50% bedekt. Volgens de literatuur bedraagt de incubatietijd bij een temperatuur tussen de 28 en 30ºC tussen de 50 en 60 dagen (Gunther Kohler) Ik heb de temperatuur in de broedstoof afgesteld op exact 30º C. 50 dagen later kwamen alle drie de eitjes uit. Twee weken later volgde het 1e legsel van het andere vrouwtjes van 6 eitjes.

De jongen
De uit het ei gekomen jongen zijn een exacte kopie van de ouders. Ze zijn ontzettend beweeglijk en mooi donker van kleur. De jongen worden gehuisvest als de ouderdieren, ze eten vrijwel onmiddellijk kleine krekeltjes (maatje 5) Ik wissel de krekels af met hele kleine wasmotlarven. In het begin geef ik geen buffalowormen, pas als ik de jongen een week of 4 oud zijn voeg ik buffalwormen aan het dieet toe. Voederdieren worden rijkelijk bepoederd met een calcium/vitaminepreparaat. Elke dag wordt schoon drinkwater gegeven en de bak en de dieren tweemaal besproeid met niet te koud water. De drie jongen uit het eerste legsel bleken achteraf 2 vrouwtjes en 1 mannetje te zijn. Bij het tweede uitgekomen legsel waren het, 3 mannetjes en 3 vrouwtjes. De temperatuur in de bak waarin de jongen worden gehuisvest is gelijk aan die van de ouderdieren met eenzelfde nachtelijke afkoeling.

Conclusie
Fantastische dieren die vrijwel handtam worden, ze zijn tamelijk eenvoudig te verzorgen, erg fraai van kleur en zeer beweeglijk. Bij vastpakken zijn ze stressbestendig en blijvend nieuwsgierig. Bovendien zijn ze goed te combineren met bijvoorbeeld Uromastyx-soorten. De jonge dieren houd ik echter altijd gescheiden.


Literatuur

Obst, F.J , K. Richter & U. Jacob, 1988, The completely illustrated Atlas of Reptiles and Amphibians for the terrarium. T.F.H., Publications, Inc, Neptune City.
Köhler, Gunther., Inkubation von Reptilieneiern, Offenbach : Herpeton 1997.
Ulrich Manthey and Norbert Schuster, Agamid Lizards, T.F.H. Publications, Inc. Neptune City, 1996.