SAUROMALUS ATER

Algemene informatie
De Sauromalus ater ofwel Chuckwalla komt voor vanaf de oostelijke woestijnkant van de bergen in Zuid Californië - oost, tot aan centraal Arizona. De noordlijke grens van het gebied ligt in het verre zuiden van Nevada en Utah, de zuidelijke grens van het leefgebied is de Westelijke Sonora tot aan Guayamas in Mexico. Ook leven ze op een aantal eilanden in de Golf van Californie.

Biotoop
Het klimaat wordt gekenschetst als semi-woestijn tot woestijnklimaat met grote temperatuur verschillen overdag en ‘s nachts. Het gebied is erg droog. De biotoop bestaat vooral uit rotspartijen, maar er zijn altijd plekken met zand in de buurt voor de vrouwtjes om de eieren te leggen. De Chuckwalla is erg territoriaal, en leeft alleen of in kleine groepen van 1 man en meerder vrouwtjes. Van december tot maart houden ze een rustperiode. Ze zijn overdag actief, en trekken zich terug in hun holen wanneer er gevaar dreigt of wanneer de temperaturen te hoog worden.

Beschrijving
Sauromalus ater heeft een kopromp lengte van ongeveer 20 cm en een staart van ongeveer dezelfde lengte als kopromp lengte. Een volwassen chuckwalla weegt rond de 385 gram. De kleuren van deze hagedis verschillen nogal wat komt door de verschillende lokaliteiten. De meeste gewone chuckwallas hebben een licht bruinige basis kleur met donkere of zwarte vlekken. Het zijn robuuste, sterke hagedissen die zichzelf bij dreigend gevaar tussen de stenen klemmen door zichzelf op te blazen.

Huisvesting
Aangezien chuckwallas vrij actieve dieren zijn is het aan te raden dat het terrarium waarin ze gehouden worden ruim is (minimum 1m2). Door een achterwand in het terrarium te maken, en meerdere plateaus te maken van bijvoorbeeld flagstones kan het oppervlak groter gemaakt worden. Als bodemsubstraat kan speelzand worden gebruikt, maar eveneens Leemzand of zand mix met turf. Zorg voor een afwisselend ingericht woestijnterrarium, je kan hierbij gebruik maken van goed vastzittende stenen, zoals flagstones kinderkopjes etc, maar ook lichter materiaal als stronken, takken en schors. Zorg ook voor voldoende schuilplaatsen (min. 1 per dier). Chuckwallas houden ervan zich vast te klemmen in hun schuilplaats, houd hiermee rekening bij de inrichting. Aangezien Chuckwallas echte zon liefhebbers zijn kan er nooit een teveel aan licht in de bak zijn. Voor de verwarming van mijn terrarium maak ik gebruik van persgaslampen en een UVB lamp. Om de juiste temperatuurverloop te creëren heb je meer dan 1 lamp nodig. Een gemiddelde dagtemperatuur moet liggen tussen de 30°C-32°C. Onder de baskingspot mag de temperatuur oplopen tot 55+°C, onder een andere spot 45°C. Belangrijk is dat er een temperatuurverloop in het terrarium aanwezig is, met andere woorden dat er zowel koelere en hete plaatsen door de dieren kunnen opgezocht worden. Op de koelere plekken en in sommige schuilplaatsen moet het ongeveer 25°C tot 29°C zijn oplopend tot 55+°C onder de warmste lamp. Een nachttemperatuur van 15° tot 20° is voldoende, waardoor je gemiddeld ‘s nachts niet hoeft bij te verwarmen. Tijdens de zomermaanden heb ik de lichten 12-14 uur aan staan, en dit bouw ik rustig af voor een “winterrust” 8 uur per dag. Wat er ook niet mag ontbreken in het terrarium is een UVB lamp Ik gebruik zelf een 100W Megaray. Door het UVB licht wordt er in het lichaam van de chuckwalla D3 aangemaakt welke belangrijk is voor de gezondheid van het dier. Daarnaast kunnen hagedissen meer meerdere kleuren onderscheiden die ook in het UVB spectrum liggen.

Verzorging
De chucks krijgen bij mij elke dag een groenvoer salade te eten. Hoofdbestanddeel van deze salade is andijvie. Aangevuld met paksoi, taugé, diverse soorten sla, witlof, alfalfa, geraspte wortel, paardebloem (indien aanwezig) geraspte pompoen etc.. Daarnaast staat er in de bak ook een bakje met zaden en rode linzen waar veelvuldig van gegeten wordt. Als snoepje krijgen de dieren heel af en toe een sprinkhaan. Vooral toen het vrouwtje zwanger was heeft ze iets meer dierlijk voedsel op, aangezien dit ook makkelijk te bepoederen is met extra vitamine / kalk preparaat. De luchtvochtigheid in het terrarium is laag. Een van de schuilplaatsen kan licht vochtig gehouden worden zodanig dat de dieren zich hierin kunnen terugtrekken wanneer ze er behoefte aan hebben. Over het algemeen zullen de dieren het nodige vocht uit de voeding betrekken. Ik heb zelf al bijna 2 jaar geen water in het terrarium staan, en ook sproei ik slechts zelden. Wel zorg ik er altijd voor dat het voedsel dat ik aanbied voldoende vocht bevat. Indien je vrouwtje zwanger is kan er meer water en vocht aangeboden worden.

Kweekervaring
Ik heb zelf tot nu toe 7 keer nagekweekt met deze soort (2006-2008-2009-2010-2011 (double clutch)-2012). In januari 2006 vertoonde mijn vrouw sporen van een paring en begon ze veel te eten en er behoorlijk voller uit te zien. Uiteindelijk heeft ze op 14 juni 2006 10 eieren gelegd. Ik had 3 verschillende plekken gemaakt waar ze haar eieren af kon zetten, wat vochtigere schuilplaatsen op verschillende plaatsen waardoor alledrie verschillend zijn qua warmte. Uiteindelijk heeft ze 1 daarvan gebruikt, en daarna helemaal met zand bedekt.

Incubatie van de eieren
De eieren heb ik in licht vochtig vermuciliet gelegd, ik houd het vermuciliet voor de eieren van de woestijn dieren zo droog mogelijk, en voeg water toe wanneer de eieren iets invallen. Op 28 augustus 2006 kwam het eerste diertje uit het ei. Nummer 2, 3 en 4 volgden de volgende dag. Het laatste eitje kwam 3 september uit. De eieren zijn bij een constante temperatuur van tussen de 30-32 graden uitgebroed in een droge broedstoof (Jeager), en hebben er tussen de 75-80 dagen over gedaan om uit te komen. In het totaal kwamen alle 10 de eieren uit, wat een mooi resultaat is. Helaas bleek al snel dat 3 diertjes erg zwak waren en een maand later waren 2 hiervan helaas al overleden. De 3de heeft het iets langer uit gehouden maar is helaas ook overleden. De overige 7 diertjes gingen voorspoedig, en zijn na ongeveer 5 maanden in de verkoop gegaan.

De jongen
Het opkweken van de jongen is ongeveer hetzelfde als het houden van de volwassen dieren. De eerste 2 / 3 maanden zijn erg belangrijk, komen ze deze tijd goed door, dan zullen ze zich naar alle waarschijnlijkheid verder ook goed ontwikkelen. De jonge diertjes kunnen de eerste 3 maande rustig bij elkaar in de bak, let alleen wel goed op dat alle dieren goed eten en of er eventueel dominantie of agressie ontstaat. De iets zwakkere dieren zullen meteen apart gezet moeten worden zodat ze extra aandacht kunnen krijgen. Het is verstandig om de verse uitwerpselen van de volwassen dieren bij de jonge dieren in de bak te leggen, ze zullen hiervan eten, wat goed is voor de bacteriën in hun maag en darmen. Daarnaast schijnt het ook voedzaam voor ze te zijn. Verder eten ze hetzelfde als de ouderdieren. Wel heb ik bij de jonge diertjes standaard een bakje water in het terrarium staan, en sproei ik ze twee keer in de week licht, waarbij ze druppels van de terrarium wand kunnen likken. Door ook rondom het waterbakje te sproeien zullen de diertjes eerder geneigd zijn uit zich zelf naar het stilstaande water te gaan om te drinken. Deze jonge nakweek dieren kunnen erg “tam” worden, doordat ze al vanaf jonge leeftijd aan interactie met mensen gewend zijn.

Conclusie
De Sauromalus is een levendige en in gevangenschap goed te houden hagedis mits er aan de basis voorwaarden wordt voldaan voor huisvesting, voeding, gezondheid, acclimatisatie en warmte/licht.
Zeker voor de gevorderde terrarium hobbyist is dit dier een mooie uitdaging, zeker omdat er voor een gezonde populatie in gevangenschap veel meer nakweek geproduceerd mag gaan worden.