UROMASTYX MACFADYENI

Algemene informatie
De Uromastyx macfadyeni ofwel Somalische doornstaart.
komt voor in een relatief klein gebied in Somalië. In de Streek tussen Berbera en Heis, aan de Golf van Aden.
Er is ook nog maar weinig onderzoek gedaan naar deze Uromastyx soort.

Biotoop
Het klimaat wordt gekenschetst als semi-woestijn tot woestijnklimaat met grote temperatuur verschillen overdag en ‘s nachts. Het gebied is erg droog. De biotoop bestaat vooral uit rotspartijen, maar er zijn altijd plekken met zand in de buurt voor de vrouwtjes om de eieren te leggen.

De Uromastyx is erg territoriaal, en leeft alleen of in kleine groepen van 1 man en meerder vrouwtjes. Mannen zullen onderling hevig vechten waarbij de dieren ernstig gewond kunnen raken, maar ook meerdere vrouwen bij elkaar kan problemen geven, en zelfs is het niet altijd mogelijk een koppel bij elkaar te houden. Bij elk dier is dit anders dus let altijd goed op het gedrag van je dieren. Van december tot maart houden ze een rustperiode. Ze zijn overdag actief, en trekken zich terug in hun holen wanneer er gevaar dreigt of wanneer de temperaturen te hoog worden.

Beschrijving
Dit is de kleinste Uromastyx soort met een totale lengte van maximaal 22 cm. Over het algemeen is er weinig bekend over deze soort omdat deze soort nog vrij weinig gehouden wordt. Het gaat bij deze dieren altijd om wildvang, de dieren zijn mede daardoor vrij schrikachtig. Acclimatiseren duurt bij deze soort dus ook een stuk langer dan bij de meeste andere soorten.

De kleuren van deze Uromastyx verschillen nogal wat tussen de mannen en de vrouwen. Waar de vrouwen over het algemeen grauwer zijn met grondkleuren bruin/grijs, zijn de mannen vaak een stuk mooier gekleurd met vooral bij de kop en de bovenzijde van het lichaam een mooie blauwe/turkooizen kleur. Bij dreigend gevaar Schieten de dieren weg in de holen of tussen de stenen en leggen hun staart dan voor de opening om deze af te schermen.

Huisvesting
Aangezien de Uromastyx een vrij actieve hagedis is, is het aan te raden dat het terrarium waarin ze gehouden worden ruim is (minimum0,8m2 - 1m2) Behalve U. aegyptica, deze soort wordt zodanig groot dat deze zeker 2M2 ruimte nodig heeft. Door een achterwand in het terrarium te maken, en meerdere plateaus te maken van bijvoorbeeld flagstones kan het oppervlak groter gemaakt worden. Als bodemsubstraat kan speelzand worden gebruikt, maar eveneens Leemzand of zand mix met turf. Zorg voor een afwisselend ingericht woestijnterrarium, je kan hierbij gebruik maken van goed vastzittende stenen, zoals flagstones kinderkopjes etc, maar ook lichter materiaal als stronken, takken en schors. Zorg ook voor voldoende schuilplaatsen (min. 1 per dier). Uromastyx houden ervan zich vast te klemmen in hun schuilplaats, en leggen dan de staart voor de ingang om vijanden buiten te houden. Houd hiermee rekening bij de inrichting.

Aangezien Uromastyx echte zon liefhebbers zijn kan er nooit een teveel aan licht in de bak zijn. Voor de verwarming van mijn terrarium maak ik gebruik van persgaslampen en een UVB lamp. Om de juiste temperatuurverloop te creëren heb je meer dan 1 lamp nodig. Een gemiddelde dagtemperatuur moet liggen tussen de 30°C-32°C. Onder de baskingspot mag de temperatuur oplopen tot 55+°C, onder een andere spot 45°C. Belangrijk is dat er een temperatuurverloop in het terrarium aanwezig is, met andere woorden dat er zowel koelere en hete plaatsen door de dieren kunnen opgezocht worden. Op de koelere plekken en in sommige schuilplaatsen moet het ongeveer 25°C tot 29°C zijn oplopend tot 55+°C onder de warmste lamp. Een nachttemperatuur van 15° tot 20° is voldoende, waardoor je gemiddeld snachts niet hoeft bij te verwarmen. Tijdens de zomermaanden heb ik de lichten 12-14 uur aan staan, en dit bouw ik rustig af voor een “winterrust” 8 uur per dag.

Wat er ook niet mag ontbreken in het terrarium is een UVB lamp Ik gebruik zelf een 100W Megaray. Door het UVB licht wordt er in het lichaam van de Uromastyx D3 aangemaakt welke belangrijk is voor de gezondheid van het dier. Daarnaast kunnen hagedissen meer meerdere kleuren onderscheiden die ook in het UVB spectrum liggen.

Verzorging
De Uromastyx krijgen bij mij elke dag een groenvoer salade te eten. Hoofdbestanddeel van deze salade is andijvie. Aangevuld met paksoi, taugé, diverse soorten sla, witlof, alfalfa, geraspte wortel, paardebloem (indien aanwezig) geraspte pompoen etc.. Daarnaast staat er in de bak ook een bakje met zaden en rode linzen waar veelvuldig van gegeten wordt.

De luchtvochtigheid in het terrarium is laag. Een van de schuilplaatsen kan licht vochtig gehouden worden zodanig dat de dieren zich hierin kunnen terugtrekken wanneer ze er behoefte aan hebben. Over het algemeen zullen de dieren het nodige vocht uit de voeding betrekken. Dit is 1 van de weinige soorten Uromastyx van wie bekend is dat ze ook water drinken. Er staat dus overdag een ondiep schaaltje water in het terrarium voor de dieren. ’s Nachts haal ik dit uit het terrarium, om een te hoge luchtvochtigheid te voorkomen. Ook zorg ik er altijd voor dat het voedsel dat ik aanbied voldoende vocht bevat.

Kweekervaring
Sinds 2011 heb ik inmiddels regelmatig met deze soort gekweekt. Ook heb ik in 2015 inmiddels de eerste eieren van mijn eigen 2011 nakweek mogen opgraven. Deze soort, omdat ze redelijk schuw en vluchtig zijn, zijn lastiger om te kweken. Het vergt veel geduld aangezien de dieren zich eerst 100% veilig moeten gaan voelen in de bak, dit kan enkele jaren duren. Daarnaast moet je ook een beetje geluk hebben met een goede dominante man. Aangezien deze soort uit somalie komt, waar het in de winter niet heel veel afkoelt geef ik de macfads wel een iets koelere winter periode, maar lang niet zo koud als de overige soorten. Lampen blijven 10 uur aan waardoor het snachts ook nooit onder de 15-17 graden komt. Eind maart begin april beginnen de paringen en meestal komen de eieren dan half juni. Ik zorg altijd dat er minstens 2 eierlegplaatsen zijn met licht vochtig zand.

Incubatie van de eieren
Ik broed de eieren uit in een JAeger broedstoof op 32-33 graden celcius. De eieren worden half begraven in licht vochtig vermiculiet. Na ongeveer 70-80 dagen komen de eieren uit. gedurende de incubatie periode vallen de eiren af en toe een beetje in, zodra ik dit zie, voeg ik een beetje water toe aan de vermiculiet, let op dat je geen water op de eieren laat komen. Dit doe ik tot aan de 65 dagen, als de eieren dan in gaan vallen betekend dit doorgaans dat ze klaar zijn om uit te komen. Als je dan nog water bij zou voegen, zou je het embrio kunnen verdrinken.

Opkweek van de jongen
De jongen van de macfds zijn erg kwetsbaar, en vele malen moeilijker dan de jongen van andere Uromastyx soorten. Helaas zie je dan ook dat veel dieren om een of andere reden de 3 maanden niet halen. UVB is een must voor de jonge dieren, evenals een klein ondiep bakje water. Het voer moet heel klein gesneden worden omdat de diertjes er anders in kunnen stikken. Verder moet de bak goed warm gehouden worden, en om de dag een beetje sproeien. Ik heb de jonge dieren in opkweek bakjes van 120x50x50.

Conclusie
Het is nog pionieren met deze soort. Daarom wil ik hem ook absoluut afraden voor een beginnende liefhebber, of een hobbyist zonder ervaring met Uromastyx soorten. Daarnaast is van deze soort nog enkel Wildvang verkrijgbaar en staan ze bekend als schrikachtig.


Literatuur

• Uromastyx plus other common Agamids – Jerry G Walls – isbn 1882770870 – The herpetocultural library

• Spiny-tailed Agamids: Uromastyx and Xenagama – R D Bartlett – isbn 0764125729 – Barron’s

• Uromastyx – Thomas Wilms – isbn 3936180121 – Herpeton

• Dornschwanzagamen – Thomas Wilms – isbn 3980621472 –Herpeton
• Uromastyx and Butterfly Agamids – Jerry G Walls – isbn 079382074x – TFH Publications

• Basic care of Uromastyx Lizards – Philippe De Vosjoil – Advanced vivarium systems

• AVS Uromastyx – Jerry G Walls – Bowtie Pr

• Uromastyx verzamelnummer, 2005 – Stichting Doelgroep Groene Leguanen

• Draco 31, Dornschwanzagamen – Draco

• Reptilia 16, Dorschwanze – Reptilia