UROMASTYX ACANTHINURA

Algemene informatie
Uromastyx acanthinura nigriventris komt voor in het noord van Afrika, onder andere in Marokko. De soort acanthinura is te onderscheiden in twee ondersoorten voor acanthinura acanthinura en acanthinura nigriventris, de laatste wordt verreweg het meeste gehouden. Het grote verschil tussen de twee onersoorten is met name de kleurenpracht die gepaard met dieren van de ondersoort nigriventris, a. acanthinura is veel minder gekleurd. De doornstaartagaam zoals het dier beter bekend is, is een kleurrijke mooie woestijnhagedis.

Biotoop
Komen voor in woestijn gebeiden, waar ze de bodem bewonen. In deze omgeving varieen de tempraturen tussen de 5-60 °C. De luchtvochtigheid is beperkt tussen de 20 en 60 %. De nachtempraturen kunnen met name in de woestijngebieden sterk dalen. Echter, voor de hobby is dit niet een van de factoren waar echt rekening mee hoeft te worden gehouden(kamertempratuur is voldoende). De dieren bewonen in de natuur diepe holen, waar zij verschillende gangen graven.

Beschrijving
De totale lengte van Uromastyx verschilt tussen 22 cm (macfadyeni) en 70 cm (aegyptica). De staart vormt hierbij gemiddeld gezien de helft van de totaal lengte (kop-staart-lengte). Voor doornstaarten is de doornstaart (natuurlijk) erg opvallend, deze staart bestaat uit een aantal stekels welke bestaan uit verhoornde huid. De staart verschilt per ondersoort van vorm, zo hebben dieren van de occelata-groep in verhouding een langere staart, waar thomassi een brede, maar kortere staart heeft. Bij Uromastyx hardwickii zijn de stekels het kleinst. Het is zeer moelijk om mannen en vrouwen (met name op jonge leeftijd) te onderscheiden. Meestal is het beste advies om een aantal kenmerken te controleren, mannen zijn in de regel kleurrijker als vrouwen. Verder vergroeien de femoraal porien(onderkant over de dijen) tot steeltjes, echter dit gebeurt in beperkte mate bij vrouwtjes ook. Verder zijn mannen zwaarder gebouwd en hebben ze een grotere kop. Maar zoals eerder gezegd blijft dit een zeer lastig karweitje.

Huisvesting
Aangezien Ornata’s vrij actieve dieren zijn is het aan te raden dat het terrarium waarin ze gehouden worden ruim is (minimum 1m2). Door een achterwand in het terrarium te maken, en meerdere plateaus te maken van bijvoorbeeld flagstones kan het oppervlak groter gemaakt worden. Als bodemsubstraat kan speelzand worden gebruikt, maar eveneens Leemzand of zand mix met turf. Zorg voor een afwisselend ingericht woestijnterrarium, je kan hierbij gebruik maken van goed vastzittende stenen, zoals flagstones kinderkopjes etc, maar ook lichter materiaal als stronken, takken en schors. Zorg ook voor voldoende schuilplaatsen (min. 1 per dier). Ornata’s houden ervan zich te verschuilen in holen, houd hiermee rekening bij de inrichting.

Aangezien acanthinura echte zon liefhebbers zijn kan er nooit een teveel aan licht in de bak zijn. Voor de verwarming van mijn terrarium maak ik gebruik van persgaslampen en een UVB lamp. Om de juiste temperatuurverloop te creëren heb je meer dan 1 lamp nodig. Een gemiddelde dagtemperatuur moet liggen tussen de 30°C-32°C. Onder de baskingspot mag de temperatuur oplopen tot 55+°C, onder een andere spot 45°C. Belangrijk is dat er een temperatuurverloop in het terrarium aanwezig is, met andere woorden dat er zowel koelere en hete plaatsen door de dieren kunnen opgezocht worden. Op de koelere plekken en in sommige schuilplaatsen moet het ongeveer 25°C tot 29°C zijn oplopend tot 55+°C onder de warmste lamp. Een nachttemperatuur van 15° tot 20° is voldoende, waardoor je gemiddeld snachts niet hoeft bij te verwarmen. Tijdens de zomermaanden heb ik de lichten 12-14 uur aan staan, en dit bouw ik rustig af voor een “winterrust” 8 uur per dag. Wat er ook niet mag ontbreken in het terrarium is een UVB lamp. Ik gebruik zelf een 100W of 160W Megaray, ligt aan de hoogte van het terrarium. Door het UVB licht wordt er in het lichaam van de Ornata D3 aangemaakt welke belangrijk is voor de gezondheid van het dier (opname van calcium). Daarnaast kunnen hagedissen meer meerdere kleuren onderscheiden die ook in het UVB spectrum liggen.

Verzorging
Acanthinura krijgen bij mij elke dag een groenvoer salade te eten. Hoofdbestanddeel van deze salade is andijvie. Aangevuld met paksoi, taugé, diverse soorten sla, witlof, alfalfa, geraspte wortel, paardebloem (indien aanwezig) geraspte pompoen etc.. Daarnaast staat er in de bak ook een bakje met zaden, rode linzen en stuifmeekorrels waar veelvuldig van gegeten wordt. Indien nodig dient de Calcium:Fosfor verhouding gecorrigeerd te worden naar 2:1. De luchtvochtigheid in het terrarium is laag.
Een van de schuilplaatsen kan licht vochtig gehouden worden zodanig dat de dieren zich hierin kunnen terugtrekken wanneer ze er behoefte aan hebben.
Over het algemeen zullen de dieren het nodige vocht uit de voeding betrekken. Ik sproei de bak eens in de twee weken.

Kweekervaring
De dieren zijn na ongeveer 3 a 4 jaar geslachtsrijp, uitzondering hierop is de Uromastyx macfadyeni die uit eerder berichten na 2 jaar geslachtsrijp is. Ik geef de dieren een stenge winterrust waarbij ik terug ga tot 6 uur licht per dag. Ik bouw de winterrust op door iedere week 2 uur licht weg te nemen. Wanneer ik ben aangekomen op 6 uur licht per dag beoordeel ik of de dieren aanzienlijk minder actief worden, wanneer dit niet het geval is verminder ik ook het wattage van de lampen. Het helpt wanneer de nachten flink afkoelen, tot ongeveer 12 a 18 °C. Als de dieren een periode van een maand op 6 uur licht hebben geleefd, voor ik met twee uur per week weer het aantal lichturen op tot 13 uur. Meestal is dan binnen drie weken paringsgedrag waar te nemen. Dit gedrag kenmerkt zich door kopknikken van de man en het zogenaamde "rond-dansen" waarbij de man een witte vloeistof afzet op de rug van de vrouw. Hierop volgt een typische hagedissenparing waarbij de man een aanzienlijk heftige nekbeet toebrengt aan de vrouw. Een bijzonderheid is waar te nemen als de vrouw niet bereid is tot paren, de vrouw keert zich dan namelijk op haar rug, waarna de man al spoedig zijn pogingen staakt. Wanneer de vrouw de eieren legt is dit niet echt een verassing, de vrouwen nemen aanzienlijk in volume toe en aan het einde van de dracht zie je de eieren goed zitten. Ze draagt de eieren ongeveer 6 weken. Echt zoeken naar de eieren is er ook niet bij, de vrouw zal nagenoeg alle substraat (zand) op een hoop boven op de eieren gooien waarna zij met haar kop het nest aandrukt. Bij Uromastyx is in sommige gevallen nazorg rond het nest waar te nemen waarbij de vrouwen die gelegd hebben geen andere dieren in de buurt van het nest laten. Ik heb dit slechts in beperkte mate zien gebeuren.

Incubatie van de eieren
Incubatie van eieren van Uromastyx is niet heel moeilijk. Belangrijk is om de eieren niet te nat te incuberen, een verhouding van 2:1 (vermiculiet/perlite:water) is een succesfactor. Daarbij liggen de eieren in de regel tussen de 90 en 120 dagen voordat de kleine uro's eruit kruipen. Opvallend te noemen is wel het gedrag van de kleine urotjes als ze net uit het ei zijn het duurt zo ongeveer 4 uur voordat de diertje echt gaan bewegen, in deze periode liggen de dieren uitgeteld op hun rug of buik. Mede hierom laat ik dieren relatief lang in de broedstoof zitten nadat ze uit het ei zijn gekropen.

De jongen
De uit het ei gekomen jongen zijn een stuk minder mooi gekleurd als de ouders. Verder vertonen ze hetzelfde gedrag als de ouders en graven en eren er flink op los. De diertjes zijn de eerst 8 weken goed samen op te kweken. Uitermate komisch is om te zien als de kleine hoopjes uro voor het eerst dreigen tegen elkaar of tegen mensen. Dan staan ze namelijk te "dansen"(kronkelen) alleen maakt dit met hun geringe formaat natuurlijk heel weinig indruk. Ik voer de kleintjes hetzelfde dieet als de ouders alleen is al het groenvoer veel fijner gesneden en vervang ik de linzen door een mengsel van alleen zaden. Na een verloop van tijd (+/- 8 weken is waar te nemen dat de dieren terrotoriaal worden en is het niet verstandig om de dieren nog langer samen te houden. Raadzaam is om dan de dieren die dominant zijn te scheiden of kleinere groepjes te combineren.

Conclusie
Uromastyx zijn zeer interessante dieren om te houden.
Het is met name makkelijk door het woestijnklimaat waarin ook het terrarium moet worden ingericht. Verder zijn Uromastyx vrij actief, alleen kunnen de dieren schuw zijn. Echter, met het juiste respect voor de levensruimte van de dieren kunnen ze veelvuldig worden waargenomen. Verder zijn Uromastyx uitermate kleurrijke hagedissen en daarmee een van de opvallende verschijningen in de woestijn. Verder zijn de dieren met de schildpadkop ook erg koddig te noemen. Kortom een uitermate interessante en aantrekkelijke terrariumbewoner.


Literatuur

• Uromastyx plus other common Agamids – Jerry G Walls – isbn 1882770870 – The herpetocultural library

• Spiny-tailed Agamids: Uromastyx and Xenagama – R D Bartlett – isbn 0764125729 – Barron’s

• Uromastyx – Thomas Wilms – isbn 3936180121 – Herpeton

• Dornschwanzagamen – Thomas Wilms – isbn 3980621472 –Herpeton
• Uromastyx and Butterfly Agamids – Jerry G Walls – isbn 079382074x – TFH Publications

• Basic care of Uromastyx Lizards – Philippe De Vosjoil – Advanced vivarium systems

• AVS Uromastyx – Jerry G Walls – Bowtie Pr

• Uromastyx verzamelnummer, 2005 – Stichting Doelgroep Groene Leguanen

• Draco 31, Dornschwanzagamen – Draco

• Reptilia 16, Dorschwanze – Reptilia